Nog steeds denken maar weinig mensen na over de hoeveelheid energie die een website, webshop of een app gebruikt. De meeste mensen denken wellicht dat dat allemaal wel meevalt, maar toch schieten de datacentra als paddenstoelen uit de grond. En dat komt omdat het daar allemaal gebeurt. Als je lekker op de bank Netflix aan het kijken bent terwijl je op je telefoon door een webshop scrollt,  wordt er op dat moment voor jou best wel wat energie verbruikt. De totale energieconsumptie van het internet wereldwijd is groter dan het totale energieverbruik van het Verenigd Koninkrijk.

Bewustwording en regelgeving komen altijd te laat bij marktsegmenten die zich heel snel ontwikkelen. Zoals de informatietechnologie.

De import van auto’s die een hoge CO2 uitstoot per kilometer produceren wordt al sinds jaren door de overheid beperkt, maar bedrijven mogen nog steeds ICT infrastructuren exploiteren die kwa energieverbruik goed vergelijkbaar zouden zijn met een Hummer.

Marktwerking lost dit probleem niet op, omdat de exploitatiekosten van software in de cloud ondanks alles in het niet vallen bij de kosten van de softwareontwikkeling. Dus er zal iets anders gaan gebeuren. Hopelijk meer besef bij grote bedrijven dat energieverbruik van ICT infrastructuur beperkt moet gaan worden (zoals bijvoorbeeld Google, die haar datacentra behoorlijk energie-efficiënt maakt), maar wellicht ook regelgeving vanuit de overheid.

Een goede manier om de CO2 footprint van bijvoorbeeld een webshop te bepalen is het berekenen van het aantal gebruikte Watt/uur per pageview. Het jammere is, dat deze berekening onmogelijk te maken is. Tegenwoordig gebruiken we allemaal systemen in de cloud, en is het onmogelijk om erachter te komen hoeveel energie een website echt verbruikt.

Voor een webshop is de volgende aanpak een goed begin: deel het totaalbedrag van bijvoorbeeld een maand infrastructuur-kosten (bijvoorbeeld de factuur van Google Cloud, Azure of Amazon Web Services) door het aantal pageviews die in totaal in die periode uitgeserveerd zijn. Je hebt dan een bedrag per pageview, en daar kun je vervolgens iets mee.

Natuurlijk werkt bovenstaande aanpak beter naarmate een website drukker bezocht wordt, en is de aanpak redelijk onnauwkeurig omdat in de kosten vanuit een cloud provider natuurlijk ook marges op diensten verwerkt zijn die niets met energieverbruik te maken hebben. Toch is Webenable van mening dat het zin heeft dit in kaart te brengen en erop te sturen.

Webenable ontwikkelt sinds 2015 aan het Hydrazine framework. Ondanks het feit dat hydrzine rakketbrandstof is, en rakketten niet erg duurzaam zijn, is het Hydrazine framework dat wel. Het Hydrazine framework is een toolbox waarmee e-commerce en proces-automatiseringssoftware kan worden ontwikkeld. Het is volledig gericht op snelheid, want niemand houdt van wachten. Maar de snelheid wordt uitsluitend bereikt door zeer efficiënt om te gaan met systeembronnen. Dus niet door meer servercapaciteit (en CO2 uitstoot) toe te voegen.

Daarom is het Hydrazine framework bijzonder geschikt als je, naast een supersnelle webshop, ook een minimale CO2 footprint van je onderneming wilt.

Vind je dit onderwerp interessant en wil je hier eens (vrijblijvend) over praten? Maak dan een afspraak voor een kopje (lekkere) koffie met Casper.